Medische kennis

De BSM-De Jong® therapeut verkrijgt de symptomen uit een uitgebreide anamnese van de cliënt en door eigen aanvullend onderzoek. Hij is in staat de symptomen te herkennen en te herleiden tot de causale gebeurtenis. Op basis van zijn waarnemingen komt de BSM-De Jong® therapeut zelfstandig tot een diagnose en therapieplan. Hij moet daartoe kunnen onderscheiden wanneer hij zelfstandig kan behandelen en wanneer hij moet verwijzen naar een arts (uitsluitingdiagnostiek). Daarnaast moet de BSM-De Jong® therapeut in staat zijn de klachten en de symptomen zodanig te verduidelijken dat de cliënt zelfstandig zijn eigen verantwoordelijkheid gaat nemen voor zijn problematiek.

De BSM-De Jong® therapeut heeft daartoe een driejarige deeltijd beroepsopleiding gevolgd, op post HBO -niveau. Hierbij zijn o.a. de volgende onderwerpen verdiepend bestudeerd:

*anatomie

*fysiologie en endocrinologie

*embryologie

*disfunctiemechanismen van sensorische, motorische, visuele en auditieve aard, alsmede van metabolische processen

*psychologie

*diëtiek

*didactiek van spraak-, taal-, lees-, schrijf-, spellings- en rekenprocessen

De BSM-De Jong® therapeut heeft kennis van de volgende vaardigheden:

Sensorische technieken

Motorische technieken

Aan het probleem aangepaste didactiek osteopathische principes

De BSM-De Jong® therapeut heeft kennis van de volgende vaardigheden:

Medische kennis

De BSM-De Jong® therapeut kent een opleiding in medische basisvakken. De medische kennis van de BSM-De Jong® therapeut betreft de vakken anatomie, fysiologie, neurologie, en embryologie.

De BSM-De Jong® therapeut heeft kennis en inzicht in de opbouw van het menselijke organisme (micro- en macroanatomie). Dit strekt zich uit van de ligging en opbouw van de structuren tot de complexe samenhang tussen de verschillende structuren op anatomisch en fysiologisch vlak. De BSM-De Jong® therapeut kent de functionele levensverrichtingen van het menselijk organisme en weet hoe het organisme deze levensverrichtingen reguleert. De medische kennis wordt toegepast op de principes van de BSM-De Jong® en stelt de BSM-De Jong® therapeut in staat een gedegen anamnese af te nemen.

Kennis BSM-De Jong® vakken

De kennis van een BSM-De Jong® therapeut start met een gedegen kennis van de anatomie, de fysiologie en de neurofysiologie.

De anatomie wordt onderverdeeld over, organen, circulatie, hersenen, ruggenmerg en hun omhullende structuren zoals schedel en wervelkolom.

De BSM-De Jong® therapeut kent de algemene fysiologie betreffende cel- en orgaanfuncties en heeft kennis van de fysiologie in de zin van de vegetatieve en animale besturingsmechanismen van het menselijk lichaam. De BSM-De Jong® therapeut is tevens in staat gerichte voedingsadviezen te geven voor zover deze betrekking hebben op de klachten van de cliënt.

De diagnostiek volgens BSM-De Jong® is gebaseerd op het opsporen van disfuncties in het functioneren van het menselijk lichaam m.b.t. het ontwikkelings-, leer- en gedragsvermogen. Hij baseert zich hierbij op de BSM filosofie.

Op grond van deze diagnose en de verdere gegevens uit het onderzoek kan hij tenslotte een gerichte therapie instellen, rekening houdend met alle relevante gegevens. De therapie is hierbij gericht op het Centrale Zenuwstelsel; door middel van een individueel vast te stellen beweegsschema kan via de eigenschappen van de ascenderende banen de werking van het Centrale Zenuwstelsel van de cliënt beïnvloed worden. Vervolgens is de BSM-De Jong® therapeut in staat deze therapie op termijn te evalueren en zo nodig bij te stellen.

Filosofie en Psychologie

De BSM-De Jong® therapeut is geschoold in de filosofie van BSM-De Jong®. Hiertoe is een aantal uitgangspunten geformuleerd die de basis van het via het BSM-De Jong model denken en handelen vormen. De BSM-De Jong® therapeut kan deze uitgangspunten en de toegepaste therapie op regulier wetenschappelijk niveau combineren.

De BSM-De Jong® therapeut bezit vaardigheden op het gebied van gespreksvoering binnen het behandelproces. Hij heeft kennis van de begrippen overdracht en tegenoverdracht.

Bij- en nascholingsplicht

De BSM-De Jong® therapeut is gehouden zijn kennis actueel te houden door zich aantoonbaar bij- en na te scholen door middel van postacademisch onderwijs. Dit postacademisch onderwijs is gericht op:

• het op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen in de BSM-De Jong® en haar deelgebieden,

• het op de hoogte blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen,

• het geven van feedback naar aanleiding van praktijkervaringen;

• het uitdiepen van meer specialistische onderwerpen.

Omschrijving taakgebieden

Tot de taakgebieden van de BSM-De Jong® therapeut behoren onder meer:

Het zoeken naar de causaliteit van de klacht binnen het concept van de BSM-De Jong® in de principes van haar filosofie: Het lichaam is een biologische eenheid, de structuur en functie zijn onderling en wederkerig afhankelijk van elkaar en door een complex evenwichtssysteem neigt het lichaam tot zelfregulering en zelfgenezing ten aanzien van het ontwikkelingsproces.

Het toepassen van het concept BSM-De Jong® in de diagnostiek en in de uitleg naar de cliënt.

Het bieden van een brede kijk op de klacht van de cliënt door het toepassen van verschillende principes van de filosofie.

Het aanbieden van een passende methode wordt hierbij gekoppeld aan drie aspecten van het menselijk organisme: centraal zenuwstelsel, perifeer zenuwstelsel en autonoom zenuwstelsel.

De methode richt zich hierbij tevens op de harmonie tussen deze aspecten. Verstoring in één van deze aspecten kan steeds de andere aspecten beïnvloeden.

Het in goede verstandhouding samenwerken met deskundigen uit andere disciplines.

Tip een bekende

Tip een bekende